Over de vrijheid van godsdienst
Meer dan tachtig jaar geleden sprak de Amerikaanse president Roosevelt over de vier vrijheden die overal ter wereld zouden moeten gelden. Een van die vrijheden is de freedom of worship: de vrijheid van godsdienst. Wat houdt deze vrijheid precies in?
Over de Four Freedoms
Op 6 januari 1941 sprak president Franklin Delano Roosevelt in Washington de State of the Union uit, de jaarlijkse ‘troonrede’ in de Verenigde Staten. Zijn rede ging de geschiedenis in als de Four Freedoms-rede. Roosevelt formuleerde vier vrijheden die voor iedereen ter wereld zouden moeten gelden en die nog steeds actueel zijn: freedom of speech and expression, freedom of worship, freedom from want en freedom from fear. Roosevelts woorden zijn nog steeds actueel: ook vandaag de dag is vrijheid niet voor iedereen vanzelfsprekend.
Vrijheid zelf te kiezen
President Roosevelt vond godsdienstvrijheid vindt noodzakelijk in een vrije wereld. Je mag je eigen geloof kiezen of juist helemaal niets geloven. Dit maakt een samenleving toleranter en diverser. Of je nu een kruisje of keppeltje draagt, je lichaam beschildert met henna of een hoofddoek om hebt – laten we elkaar respecteren.
Niet vanzelfsprekend
Godsdienstvrijheid wordt genoemd in de Universele verklaring van de rechten van de mens. Toch is niet in alle landen de vrijheid van religie vanzelfsprekend. Denk bijvoorbeeld Birma, China, Noord-Korea en Vietnam. Hier wordt de freedom of worship met grote regelmaat geschonden.
Voorbeelden van vrijheid van godsdienst
Wat betekent de vrijheid van godsdienst in de praktijk, ook voor jou vandaag de dag? Dit betekent dat jij mag geloven wat je wilt en dat ook mag uitdragen, bijvoorbeeld in je kleding, religieuze gewoontes en de plekken die je bezoekt. Denk bijvoorbeeld aan het dragen van een hoofddoek, bidden op bepaalde momenten van de dag of het bezoeken van een kerk of moskee. Zoals je begrijpt, is dit nog lang niet overal ter wereld het geval.